Windturbine De Coöperwiek
Van april t/m oktober kun je elke derde zaterdag van de maand een bezoek brengen aan De Coöperwiek. Onze molenaars verwelkomen je graag tussen 10:00 en 13:00 uur.
Wat kun je verwachten?
Bij de windturbine zijn molengidsen aanwezig die vertellen over de werking van de turbine. Je kunt de binnenkant van de molen bekijken en krijgt uitleg over de techniek. Daarnaast zijn er gecertificeerde molenaars aanwezig die een kleine demonstratie geven over het beklimmen van de molen. Bovendien kun je met behulp van een VR-bril een tocht maken naar de bovenkant van de windmolen en genieten van het geweldige uitzicht, terwijl je gewoon met beide benen op de grond staat.
Locatie
Boerderijweg 6, 6086 PJ Neer. Rechts van de boerderij staat de poort open en hier kun je eenvoudig in rijden/fietsen/lopen. Parkeren kan bij de molen. Ook toegankelijk voor mensen die slecht ter been zijn.
Een knooppunten fietsroute van 32,5 km voert langs deze locatie en langs veel andere windmolens in Midden-Limburg.
De knooppunten fietsroute (32,5 km)
De afgelopen 10 jaar zijn in Midden- en Noord-Limburg een flink aantal windmolens gebouwd. De fietsknooppuntenroute gaat langs deze molens door een afwisselend landelijk gebied.
Bekijk en/of download de route op Fietsknoop.nl
Hieronder wordt de route in detail per knooppunt beschreven met actuele, historische en geologische informatie over de omgeving.
https://www.fietsknoop.nl/fietsknoop/route/26319614/Open-Energiedag-21-september-2024

De Noordervaart is een onvoltooid plan van keizer Napoleon die in 1808 de Rijn via de Maas met de Schelde wilde verbinden. De blauw/groene borden markeren de fietsroute 'Grand Canal du Nord' van Nederweert tot Straelen (Duitsland).

Zonnepark Het Kruis in Nederweert-Eind is een duurzaam energieproject dat grotendeels in lokale handen is. Maar liefst 80% van het eigendom is ondergebracht bij partijen uit de omgeving. De overige 20% is in handen van ontwikkelaar Dutch Solar Energy. Sinds augustus 2025 is Zonnepark Het Kruis gekoppeld aan windpark Ospeldijk via een gedeelde netaansluiting (cable pooling). Dat betekent dat beide projecten gebruikmaken van dezelfde kabelverbinding naar het elektriciteitsnet. Het voordeel hiervan is dat zon en wind elkaar perfect aanvullen: op zonnige dagen levert het zonnepark volop stroom, terwijl het windpark vooral op winderige momenten produceert. Zo wordt de netcapaciteit optimaal benut en dragen de twee projecten samen nog efficiënter bij aan een duurzame energievoorziening in Nederweert en omgeving.
Knooppunt 11-13 gaat langs Stokershorst.
Stokershorst is een voormalig klooster van de Broedercongregatie Onze-Lieve-Vrouwe van zeven Smarten. De broeders begonnen hier in 1893 met de ontginning van het woeste heide/veengebied, vanuit het al eerder gestichte klooster in Heibloem.
In 1900 werd het hoofdgebouw van het klooster Stokershorst ingewijd. Er werden hier jongens geplaatst die in Amsterdam met justitie in aanraking waren gekomen. Ze leerden hier een ambacht en werkten aan de ontginning.
Knooppunt 13 naar 18: Op het terrein van “de Widdonck” ligt de oorsprong van het dorp Heibloem. Hier werd in 1852 een klooster gesticht waar de groep monniken zich de opdracht had gegeven om jongens uit Amsterdam, die onder onvoldoende toezicht opgroeiden, nuttig werk en scholing te geven. Het werk hield in ontginning van het omliggende woeste land.
De scholing bestond uit het leren van een ambacht, zodat zij later voor zichzelf konden zorgen.
Heibloem werd officieel een dorp in 1947.

Op de Staldijk, aan het einde van het bos, passeert men een geologisch fenomeen: de Peelrandbreuk. Dit is een breuklijn in de aardkorst, herkenbaar aan ijzerhoudend, roestkleurig water. Ook is een lichte verhoging van de weg te zien.

Even verder, bij het vernieuwde kruispunt Staldijk/Boerderijweg, is er aan alle kanten zicht op windturbines. Rechts, langs de Boerderijweg, staan sinds 2015 de vijf oudste turbines. De middelste is de eerste burgerwindturbine in Limburg: de Coöperwiek van Coöperatie Zuidenwind. De vier andere turbines zijn eigendom van een Japanse investeerder.
Tussen knooppunt 18 en 19 bevindt zich windpark Heibloem met twee turbines van Coöperatie Zuidenwind. Hier is een plek met een laadpunt voor elektrische fietsen, een picknickplek, een informatiecentrum en een voedselbos. Een prima plek om even te pauzeren.
Bij knooppunt 19 gaat de route naar rechts langs het Afwateringskanaal of de Snepheiderbeek.
In een ver verleden (17e eeuw) lag hier al een uitgegraven diepte die de grens aangaf tussen het hertogdom Gelre en het Prinsdom Luik. Het werd een “gekkengraaf” genoemd.
In 1852 werd er een kanaal van gemaakt, eerst voor vervoer van o.a. turf uit de Peel, wat later voor afwatering van het zure peelwater.
Aan de linkerhand ziet men de vijf turbines van windpark Egchelse Heide, Coöperatie Peel Energie is mede-eigenaar.
Tijdens openstelling voor bezoekers van de eerste Limburgse burgerwindturbine, de Coöperwiek, kan worden afgeweken van de knooppuntenroute: sla halverwege knooppunt 19 en 23 rechtsaf naar de Doorbrand, verderop weer rechtsaf de Boerderijweg op. Bij huisnummer 6 is rechts de toegang naar de Coöperwiek.
Openstelling is op elke derde zaterdag van april t/m oktober van 10.00 tot 13.00 uur.
Bij de windturbine zijn dan molengidsen aanwezig die u een volledige uitleg kunnen geven over de techniek van de turbine en het nut van een coöperatie. U kunt de binnenkant van de turbine bekijken.
- Er zijn gecertificeerde molenaars aanwezig die een kleine demonstratie kunnen geven over het beklimmen van de turbine.
- Met behulp van een VR-bril kunt u een tocht maken naar de bovenkant van de windturbine en genieten van het geweldige uitzicht.
Na het bezoek terugkeren naar de +(1). Dus bij Cateringbedrijf Ria Joosten linksaf de Doorbrand in en bij het kanaal aangekomen rechtsaf, het pad vervolgen richting knooppunt 23.

100 meter voorbij knooppunt 66 richting 64 (Broekven) passeert men de restanten van een oude sluis en de sluiswachterswoning, een nationaal monument. Verder naar 77 (Kappert) komt men langs de drie turbines van het windpark “De Kookepan” van de Coöperatie Leudal Energie.
Ga verder naar knooppunt 77.

Bij Sloes 6, even vóór knooppunt 51 gaat de weg plots een stukje naar beneden. Hier passeert men nog een keer de Peelrandbreuk. Ook hier is weer uittreding van ijzerrijk grondwater te zien.

Hier bevindt zich zorgcentrum “Keizersbosch”. Oorspronkelijk was het een in de 12e eeuw door de Norbertijnen gesticht klooster voor adellijke dames.

Ter hoogte van Brumholt 25A bevindt zich een informatiebord bij een zogenaamde crashplek waar in WO-II een Messerschmitt is neergestort. Verderop leidt deze route langs het Brookbergplas, een zandafgraving. In deze plas werd tot de jaren ‘60 gezwommen maar hij is tegenwoordig helemaal afgesloten. In het natuurgebied eromheen zijn een paar wandelpaden.
Knooppunt 17 -18
De route gaat verder tot aan Heibloem door het gebied “De Waterbloem”.
Na de ontginning van dit gebied is begin 20ste eeuw bos aangeplant ten behoeve van de mijnbouw.
Knooppunt 18 – 19
We volgen nogmaals de Staldijk tot aan het Afwateringskanaal of de Snepheiderbeek. De gevaarlijke kruising Boerderijweg/Staldijk is in 2022 veranderd in 2 T- kruispunten. Hier heeft Zuidenwind een vogelbosje geplant.
We passeren nogmaals het informatiepunt, oplaadpunt en picknickplaats bij Windpark Heibloem aan de Staldijk 1A en gaan nu bij knooppunt 19 linksaf.
Knooppunt 19 – 20
Weer een stukje Kanaaldijk. Bij de picknickbank bij knooppunt 20 staat een informatiebord over de Snepheiderbeek.
Men kan nog een stukje (ca. 1.5 km) verder langs de beek rijden, richting knooppunt 6 tot aan de 2 e sluis: op deze plaats heeft één van de grootste veldslagen uit WO II plaats gevonden. Ter plaatse staan informatieborden met verhalen hierover.
Daarna weer terug naar knooppunt 20.
Knooppunt 20 – 10
Terug naar knooppunt 10, het einde van deze route.
Verhalen over de omgeving van de fietsroute
Het zal niet bij iedereen bekend zijn dat deze lieflijke en beschieden streek ook een roerige geschidenis met zich meedraagt, zowel geologisch als op geo-politiek niveau.
Hieronder wordt wat dieper ingegaan op een aantal onderwerpen: het ontstaan van het dorp Heibloem, de Peelrandbreuklijn, het ontstaan van de kanalen en de gebeurtenissen tijdens de Tweede wereldoorlog
Heibloem is één van de 16 kernen van de gemeente Leudal. Het is een heel jong dorp, in 2022 werd het 75-jarig bestaan gevierd.
Het gebied bestond vóór 1800 uit heidevelden en moerassen, het was “gemeene” grond, dat wil zeggen voor gebruik voor iedereen.
Rond 1800 stond er aan de zuidkant, richting Roggel een tiental heel eenvoudige boerderijen. Zij waren geheel zelfvoorzienend, de grond die zij bewerkten hadden ze zelf ontgonnen. Mondjesmaat werd voor eigen gebruik een varken geslacht. De grond werd bewerkt met een os of koe, een enkeling had daarvoor een paard. De mensen waren analfabeet. Hun kinderen gingen niet naar school, moesten al jong meehelpen met het werk.
Het dorp Heibloem dankt zijn ontstaan aan twee kloosters. In de 19e eeuw was er nog heel veel armoede in het land, ook in de steden. Ouders maakten werkdagen van 12 tot 15 uur waardoor er geen tijd overbleef om voor de kinderen te zorgen. Deze zwierven over straat en kwamen vaak met justitie in aanraking. Na 1850 kwam het kloosterleven, na in de Franse tijd lang verboden te zijn, weer tot leven en er werden nieuwe kloosterorden gesticht. Eén daarvan was de Broedercongregatie “Onze-Lieve-Vrouwe van zeven Smarten”, in Amsterdam. Zij stelden zich opvang en zorg voor de verwaarloosde jongens ten doel. De Orde wist een aantal rijke dames en heren bij elkaar te brengen in de “Herenvereniging tot Weldadigheid”. Door de financiële steun van deze vereniging kon het onderwijs en de hulp aan arme kinderen op gang worden gebracht. De broeders begonnen in Amsterdam met vijf jongens. Omdat er kinderen waren die er niets voor voelden om een ambacht te leren dachten de broeders aan werk op het land. Dat was in ieder geval gezond en bood ook toekomst. Met steun van de vereniging kochten de broeders in 1852 een landgoed, dat bestond uit een aantal percelen grond en een boerderijtje genaamd Heybloem. Daar waren enkele knechten en meiden en wat koeien en schapen en verder meest onontgonnen woeste grond, die de broeders in cultuur gingen brengen. Dit was het begin van de

Het prille begin van het gesticht, vastgelegd op een schilderij.
In 1875 werd besloten om naast het boerenwerk ook vakopleidingen te geven: er kwam een gebouw bij met werkwinkels: timmerwinkel, smederij, ververij, draaierij, kastenmakerij, schoenmakerij, kleermakerij, linnen naaierij. In 1893 kochten de broeders een ander stuk grond, van 120 ha, gelegen aan de Noordervaart, bij Nederweert-Eind. Vanuit de Heybloem werd ook dit gebied ontgonnen. Hier werd door de Broeders een tweede klooster gebouwd, Stokershorst. Ook hier werden jongens ondergebracht, maar met een andere achtergrond, namelijk kinderen die met justitie in aanraking waren geweest. Op het internaat kregen ze regulier onderwijs en konden ze een vak leren. Zowel Stokershorst als de Heybloem hadden een goede reputatie op het gebied van onderwijs en opvoeding.

Bij de Staldijk is de Peelrandbreuk zichtbaar De aarde is bedekt met de aardkorst die op sommige plaatsen enkele kilometers dik is en op andere plaatsen wel meer dan 100 kilometer. Daaronder ligt een hete en vloeibare massa. De aardkorst bestaat uit verschillende grote en kleine stukken, de aardplaten. Door langzame beweging van de aardkorst botsen de aardplaten, worden ze uit elkaar getrokken en schuiven uit elkaar, over elkaar en/of langs elkaar. Waar ze uit elkaar getrokken worden ontstaan er breuken. Als de breuken langs elkaar in dezelfde richting lopen en schuin de grond in gaan ontstaan er horsten en slenken. Zo’n breuk heet een afschuivingsbreuk.
De verticale verschuiving van de Peelrandbreuk is 0,5 mm gemiddeld per 10 jaar per jaar.
Door de bewegingen wordt spanning opgebouwd op de raakvlakken, waardoor aardbevingen ontstaan. De laatste grote aardbeving ten gevolge van de verschuivingen was in 1992 in de omgeving van Roermond.
Meer naar het westen van het land worden de spanningen opgevangen door een veel dikker klei- en zandpakket.
Overzicht van de breuklijnen in NederlandIn het gebied tussen Neer en Oss is op een aantal plaatsen het gevolg van de breuken te zien in het landschap. Waar de aarde omhoog gekomen is, de horst, ligt grind en grof zand dicht onder de oppervlakte. De slenk is veelal vol gestoven met het veel fijner dekzand. Door de beweging van de bodem is de dichtheid van de grond rondom het breukvlak veel groter en praktisch ondoorlatend voor water. Daardoor wordt het grondwater, dat van de hogere Peelhorst richting de lagere Roerdalslenk stroomt, bij de Peelrandbreuk naar de oppervlakte gedrongen.

Van nature zit er in dit grondwater heel veel opgelost ijzer. Zodra de ijzerdeeltjes in contact komen met zuurstof, ontstaan op de bodem roestige afzettingen. Wanneer dat proces zich steeds op dezelfde plek blijft herhalen, kunnen grote, verharde ijzerconcentraties ontstaan: de ijzeroerbanken. Deze hooggelegen, drassige gebieden met ijzerrijk kwelwater noemen we wijstgronden, een zeldzaam fenomeen dat nergens in Europa zo goed zichtbaar is als in de regio rond de Peel. De wijstgronden hebben door de grote variatie van de bodem (droog, nat, zuur, basisch, voedselrijk en voedselarm) een unieke flora van waterplanten, moerasplanten en veldplanten. Uitgebreide informatie hierover is te lezen in het boek “Breuken in het land van Peel en Maas’. De fietsroute over de Staldijk, vanaf Heibloem naar de Boerderijweg passeert de Peelrandbreuk. Eigenlijk liggen hier dicht naast elkaar twee breuklijnen. Zij lopen door het natuurgebied de Waterbloem. Dit is een heel nat gebied, mede door slecht doorlatende, lemige lagen diep onder het dekzand. Bijzondere planten in het natuurgebied: waterviolier, drijvende waterweegbree, moerasviooltje, heidekartelblad, en tormentil. Ook komen er voor de zeldzame dagvlinders voor zoals het bont dikkopje en spiegeldikkopje. Zowel vanuit het westen, vanuit de natuurgebieden Kleine en Grote Moost, als vanuit het oosten vanuit de Doorbrand, kwamen beekjes samen in het gebied van de Waterbloem. De ontwikkeling voor landbouwen en bosbouw en de aanleg van het Afwateringskanaal zijn een belangrijke oorzaak van het verdwijnen van natte wijstgronden op de Peelhorst. Door recente werkzaamheden in de Waterbloem is de natte situatie in delen van het gebied hersteld.

Het bovenste deel betreft de Republiek van de Verenigde Provincie, het groene gedeelte is het gebied van Spanje. Verder is er nog het prinsbisdom Luik. Als je zo eens om je heen kijkt in het landschap in Midden-Limburg, dan kun je je gewoon niet voorstellen dat de leiders van diverse grotere en kleinere wereldrijken hun oog lieten vallen op dit kleine stukje van de wereld. En toch is dit het échte verhaal achter deze lieflijke en bescheiden streek, die een geschiedenis met zich meedraagt van verdeel en heers, schurende geopolitieke belangen en economische kansen en bedreigingen. Door de eeuwen heen hebben ingenieurs en landmeters rondgezworven door de velden en landerijen van deze streek om schetsen te maken voor indrukwekkende plannen waarmee hun opdrachtgevers eeuwige roem zouden verwerven. Veel van die plannen zijn nooit verder gekomen dan het papieren stadium. Toch zijn diverse projecten wel degelijk van de tekentafel af gerold en deels tot uitvoering gekomen. Ze hebben hun sporen nagelaten in het landschap. Bijna onzichtbaar als je geen besef hebt van de veelbewogen geschiedenis hier. Maar als je de historie van de streek eenmaal kent, dan is het onmogelijk om de nalatenschap van de megalomane wereldleiders over het hoofd te zien.
De combinatie van geopolitieke ellende en aanpassing van het landschap begon allemaal nog vrij onschuldig in 1657.
Volgens de overlevering waren het Prinsbisdom Luik en het Hertogdom Gelre al sinds tijden druk in de weer om een reeks grensconflicten uit te vechten. De precieze plaats van de grens viel moeilijk vast te stellen: deze liep over een niet ontgonnen gebied waar bewoners hun vee weidden, heide maaiden voor de potstal en turf staken voor kachel en fornuis.
Beide “landen” hadden dus groot belang bij dit nog woeste gebied, tot de twee kemphanen op een goede dag een kloek besluit namen om voor eens en altijd een einde te maken aan al die ruzies.
Tussen Kessel en Meijel en Neer groef men een kaarsrechte droge geul, bij wijze van grensscheiding. Die zou voor eens en voor altijd de rust terugbrengen in de streek, dacht men nog heel naïef.
Waar nu onze kanaaldijk loopt was toen de landsgrens tussen Gelre en Luik. Het is ook vandaag de dag de grens tussen Midden- en Noord-Limburg. En dat niet alleen. Het was en is nog steeds ook een taalgrens Aardappel (Kessel) vs. pieper (Neer) voor een aardappel. Auto (Kessel) vs. wagen (Neer) voor een auto. Huis (Kessel) vs. woning (Neer) voor een huis.
Omdat de mensen een paar generaties later geen idee meer hadden waarom daar een geul lag kreeg deze de bijnaam “Geckengraef”. Gek in de betekenis van raar en graaf van graven, spitten. Er zijn meer plaatse met een gekkengraaf (Lottum, Tegelen, Beesel).

De beoogde verbinding Rijn – Maas. Tussen Venlo en Rheinberg zijn nog steeds delen van het werk te zien. Diverse tracés werden onderzocht. Soms maakten terreinomstandigheden, zoals een waterscheiding, een voorgesteld tracé onmogelijk. Vaker protesteerden bestuurders (keurvorst Keulen, Hertog van Gulick, stadsbestuur Venlo). Al voordat alle besprekingen afgerond waren werd begonnen met graven bij Neuss. Dit werd later gestaakt omdat de keurvorst van Keulen protesteerde. Een veranderd politiek toneel speelde ook een rol. Uiteindelijk werd gekozen voor het traject Rheinberg – Venlo. Volgens sommige bronnen zou er 8.000 man aan het werk zijn geweest. Het project kreeg te maken met technische en financiële tegenslagen, maar ook met sabotage, gewelddadige acties, overvallen en diefstal door troepen van de Republiek. Intussen veranderde het oorlogsfront, in 1632 en 1633 kwamen Venlo en Rheinberg in handen van de Republiek, dat betekende het einde van de “Fossa Eugeniana”, voorlopig tenminste. Maar het idee voor een machtige achterlandverbinding richting Duitsland vanaf Antwerpen was geboren.
Het duurde maar anderhalve eeuw voor de volgende wereldleider zich meldde om de plannen voor een verbinding Schelde-Maas-Rijn uit het slop te halen. Degene die de oude plannen nieuw leven inblies was de keizer van het Franse Rijk Lodewijk Napoleon in begin 1800.
De Zuidelijke Nederlanden waren al bezet. Napoleon bereidde oorlog voor met Engeland en was daarvoor op zoek naar een plaats voor zijn vloot. Met alle eisen die hij daaraan stelde vond hij de perfecte ruimte in Antwerpen om zowel een oorlogsvloot als een koopvaardijvloot te bouwen.
Voor al deze schepen was een grote hoeveelheid hout nodig en dat zou uit Duitsland moeten komen. Napoleon ging voortvarend te werk, de oude plannen voor een Rijn-Schelde-verbinding kwamen weer in beeld.
Het kanaal zou moeten lopen van Antwerpen via Weert-Helden-Venlo naar Neuss aan de Rijn. Napoleon zag het al helemaal voor zich; een onafgebroken lint van grote Rijnschepen op weg naar Duitsland die zich een weg baanden door het Limburgse landschap. Dat het Grand Canal – of in goed Nederlands de Noordervaart – een barrière vormde en nog steeds vormt voor het kruisend landverkeer zag l’Empereur niet als een nadeel. Integendeel zelfs, de waterweg zou een mooie kunstmatige barrière vormen voor het smokkelaarsgilde dat destijds actief was in de streek.
De Amsterdamse kooplieden werden wel enigszins zenuwachtig van dit kanaal door Midden-Limburg. De nieuwe achterlandverbinding tussen Antwerpen en Duitsland zou het einde betekenen voor de florerende haven van Amsterdam.
Het kanaal zou 200 km lang worden, 10 meter breed en 42 sluizen krijgen. Al voordat de zaken in Antwerpen besloten waren en terwijl de ingenieurs nog bezig waren om de beste route te vinden werd er al een legioen arbeiders aan het graven gezet.
Een enorm project dus, ook organisatorisch en daarbij ging veel mis. Om op het hoogste punt, bij Lozen, water aan te voeren was het nodig om daar water aan te voeren via een voedingskanaal vanuit Smeermaas. Met dat kanaal werd gestart in 1808.
Begin 1809 werd begonnen aan het traject Lozen, Weert, Helden, Maasbree. Problemen:
- Er werd al begonnen met graven voordat het tracé vaststond.
- Stukken grond waren niet in eigendom van de staat.
- Het beoogde tracé zou door Lommel en bij Budel over de Noordelijke Nederlanden gaan.
- De betaling van de aannemers en de arbeiders leverde ook grote problemen op. De aannemers kregen achteraf in termijnen betaald. De arbeiders kregen wekelijks gepast betaald, 8 tot 10 franc. Voor de 3.000 man bij Lozen was wekelijks 20.000 francs aan kleingeld nodig. Er was een groot tekort aan kleingeld.
- Bestaande wegen werden doorsneden, evenals beken die voor de afwatering nodig waren.
In 1810 lijft Napoleon de Noordelijk Nederlanden in en dat maakt dat het kanaal niet meer nodig is. Er is dan voor de Frankrijk scheepvaartverkeer via de Rijn naar zuidelijker streken mogelijk.
Het Grand Canal du Nord was bevaarbaar tot Beringen. Op sommige plaatsen werd het kanaal door de bevolking weer dichtgegooid. Daar werd weer de vraag wie zijn schapen in de bedding mocht laten grazen een probleem.
In 2002 is een fietsroute bewegwijzerd langs het Grand Canal du Nord (Noordervaart) tussen Weert en Venlo.
Voor informatie zie: Noordervaartroute in de voetsporen van napoleon (Nederweert Venlo)
De markering hiervan komen we tegen langs het fietspad richting Noordervaart en verder in de vorm van blauwe/groene Bermplanken.

- 2,5 m tussen de dijken
- Diepgang 1,50 m Lengte 10 km
- Sluis 1 bij de Noordervaart Sluis 2 aan de Heideweg/Neerseweg 2 sluiswachterswoningen
- Een brug op de weg van Roggel naar Helden
- Een brug op de Napoleonsweg
- Een gemetselde “overlaat” onder deze brug (Een constructie om hoogwater te reguleren en zo kritieke waterhoogten te voorkomen)
- Enkele los- en laadplaatsen
- Aan de Napoleonsweg een havenmeesterwoning
- Bij de sluizen kwam er extra ruimte zodat de schepen er konden keren

Zo was het kanaal bevaarbaar tot aan de Napoleonsweg (N73). In 1854 werd begonnen met het werk, in 1861 was het klaar. De goederen, turf uit de Peel en mest, steenkool richting de ontginningen, werden op de losplaats verladen. Verder werd ook gekapt hout en stro vervoerd. Er is nooit veel scheepvaart geweest, 150 bootjes per jaar. Vanaf de opening van het kanaal zijn er steeds problemen geweest tussen Rijkswaterstaat en de omliggende gemeenten. Het waterpeil was te hoog voor afwatering van de natte gronden aan weerszijde van het kanaal. Sinds 1929 kan de scheepvaart gebruik maken van nieuwe kanaal Wessem-Nederweert en is het afwateringskanaal daarvoor niet meer nodig. Het waterpeil werd verlaagd en het kanaal werd een afwateringssloot en dat is het nu nog steeds. Langs het kanaal ligt een aantrekkelijk fietspad omzoomd door oude eiken.

Zo was de situatie op 14 november 1944: het was één van de natste herfstmaanden van de 20e eeuw. Men spreekt in de verslagen van modder en water, schuttersputjes liepen vol. Begin november werden door de geallieerden voorbereidingen getroffen om het zogenaamde Venlose bruggenhoofd te bevrijden. Opeenvolgende gebeurtenissen:
- Stokerhorst was ontruimd omdat zware gevechten verwacht werden.
- Meijel lag zwaar onder vuur, veel gebouwen waren er al vernietigd. De slag bij Meijel, die begon op 2 november, wordt genoemd als de zwaarste, na D-day.
- Op 13 november moesten de bewoners van de Meijelseweg tot aan de Noordervaart op last van de Duitsers hun huizen verlaten.
- Op 14 november startte operatie “Notenkraker”.
- Geallieerde troepen, de 152e Brigade Highlanders, staken het kanaal Wessem-Nederweert over bij Nederweert-Eind en trokken richting Stokershorst en het Kruis die ondertussen vanuit Meijel zwaar werden beschoten.
- 15 November: Grathem, Kelpen, Baexem, Leveroy en Heythuysen werden bevrijd.
- 16-17 November werd de oostzijde van het gebied bevrijd en trokken de Duitsers zich terug tot het Afwateringskanaal.
- Langs het Afwateringskanaal en het kanaal van Deurne werd door de Duitsers een nieuwe verdedigingslinie opgebouwd met als sterke punten de sluis en het sluiswachtershuis aan de Noordervaart.
- Op 16 november was de 152e Brigade Highlanders opgerukt tot de Roggelse Brug (de brug over de Noordervaart) en de bossen van de Witdonk en de Waterbloem.
- Op 17 november vestigden de Schotten van het 5e Cameron Highlanders een bruggenhoofd in de oosthoek van het Afwateringskanaal (dat toen een veel breder vaarwater was) en de Noordervaart.

Het bruggetje over het kanaal was door de Duitsers kort van tevoren opgeblazen maar de Schotten wisten het kanaal over de nog intacte sluisdeuren over te steken.

Het kostte de grootste moeite deze vooruitgeschoven positie in handen te houden. Al snel werd er door de genie een Baileybrug aangelegd om zwaar materieel over het kanaal te brengen. De Schotten noemden deze de “Cameronbridge”. Om de herinnering aan de gesneuvelde Camerons levend te houden is in 2019, 75 jaar na dato, een herdenkingsbijeenkomst gehouden waarbij enkele veteranen aanwezig waren. Er is een monument geplaatst en via een QR-code kan men een verslag van de strijd beluisteren. ‘’Had not the 5th Camerons held onto their foothold on the east bank of the Zig Canal (zo noemden de Schotten dit kanaal), the advance of the whole Corps might well have been delayed for an appreciable time.”

- Over de slag bij het kanaal, november 1944: Heemkundevereniging Heibloem
- Geschiedenis van Heibloem: Heemkundevereniging Heibloem, boeken van J.L.F. Verkennis, o.a. ”Aan de rand van de Peel”.
- Historische afbeeldingen: Heemkundevereniging Heibloem
- Over de Peelrandbreuk: boek “Breuken in het land van Peel en Maas’.
- Historische beschouwing Robert Galjaard (Walraad, verkeersadviseur), juni 2022.
- Afwateringskanaal: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
- Informatieborden langs de route:
- Landweer bij het Broekven, Neer
- Grand canal du Nord, fietspad langs het kanaal
- Het Afwateringskanaal: bij Snepheider Beek/Widdonk
- Slag bij het kanaal: bij Sluiswachterswoning
- Foto’s: materiaal van T. Jedeloo
- Foto’s in de folder: A. van Voorst